Blogs

view:  full / summary

Lichaamstaal in de trein

Posted by marijke van dijk on May 22, 2015 at 3:50 AM Comments comments (8)

 


Harry Potter. Daar deed ie mij aan denken. Nou ja, niet Harry zelf, maar een van z’n docenten van de toveracademie Zweinstein. Hij was gehuld in een enorme zware zwarte mantel met een reusachtige capuchon die als een driehoek over zijn gezicht heen viel. Ook het stukje broek dat onder de mantel uitkwam was zwart, evenals de grote hoge schoenen. Bovendien waren zijn handen bedekt door zwarte handschoenen. Een zwarte gedaante dus. Behalve zijn gezicht.


Eigenlijk, bedenk ik me nu, oogde hij als een zwart wit cartoon, want zijn huid was uitzonderlijk bleek met grote borstelige zwarte wenkbrauwen en een dikke neusring die van het ene neusgat de andere inging.


Ik stond naast hem in het gangpad van de overvolle trein en rook zijn beetje zurige lucht. Hij had het vast warm onder zijn mantel. Nieuwsgierig nam ik hem op. Wat bracht zo’n man, van toch zeker in de dertig, ertoe om zo gekleed over straat te gaan? Wat wilde hij uitstralen? Hoe wilde hij dat wij naar hem keken? Hij keek mij ineens doordringend aan. Oeps, iets te nadrukkelijk naar hem gekeken, geloof ik.


Mijn blik verschoof naar een vrouwelijke treinreiziger die een zitplaats had bemachtigd. Ze was met een pincet haar wenkbrauwen aan het epileren. In haar linkerhand hield zij een spiegel waarin zij zichzelf nauwkeurig opnam. De pincethand schoof bevallig haar haar opzij om vervolgens heel sierlijk een haartje vast te klemmen en met een klein rukje te verwijderen. Met enige bewondering keek ik het aan.


Hoe krijg je het voor elkaar om in een rijdende en best schuddende trein het juiste haartje te verwijderen? En dat op een ongekend vrouwelijke manier?


Mijn tong zou er ongetwijfeld half uithangen van de concentratie die het mij zou kosten!


Ik keek om me heen. Waren er nog andere interessante mensen. Ja, daar. Twee mensen, een man en een vrouw, die overduidelijk bij elkaar hoorden. Maar wat was hun relatie precies? Collega’s? Vrienden? Meer dan vrienden? Eens even goed kijken of ik dat kon ontcijferen…


Wat kan een treinreis toch heerlijk zijn! Zoveel kansen om mensen te bestuderen.


Beter worden in lichaamstaal is een makkie. Gewoon je smartphone in je tas laten zitten en om je heen kijken.


Reken maar dat je in een mum van tijd meer gaat opmerken.

Maar?! Wat?! Als?!

Posted by marijke van dijk on February 1, 2015 at 6:15 PM Comments comments (0)

 

 

Lichaamstaal of uitstraling verbeteren is werken aan je buitenkant èn aan je binnenkant. Daar kan ik zelf van meepraten. Jarenlang heeft mijn leven stilgestaan door de Maar-wat-als-ziekte. Een hardnekkige kwaal die op de onmogelijkste momenten de kop opstak. Zodra ik in mijn binnenste een verlangen voelde opkomen, tetterde een stem in mijn oor: “maar wat als…?”

 

Wilde ik van baan veranderen? Maar wat als je nieuwe werkgever je jaarcontract dan niet verlengt? Wilde ik salsa-dansen? Maar wat als ik geen danspartner kan vinden? Word ik dan een muurbloempje? Wilde ik wel eens proberen een presentatie te geven? Maar wat als ik dan niet meer weet wat ik moet zeggen? En zo deed ik uiteindelijk liever niets, want wat als…

 

Ik zag het leven als winnen of verliezen.

 

Had ik succes? Dan had ik gewonnen. Haalde ik mijn doel niet? Dan had ik verloren. Mijn angst om te ‘verliezen’ verlamde me. Het deed me stilstaan. Ik ondernam alleen dat waarvan ik wist dat het succes verzekerd was.

Maar langzaam en zeker sloop er onvrede in mijn bestaan. Ik deed niet de dingen die ik graag wilde.

 

Ik bleef hangen in een leven dat ik niet wilde leiden.

 

Het keerpunt kwam toen ik mij minder ging hechten aan het resultaat. Ik wilde bijvoorbeeld dolgraag een boek schrijven, maar ja, wat als nu bleek dat ik niet kon schrijven of niets te vertellen had of dat er geen uitgever was die het boek wilde uitgeven?

En daarbij bleef ik maar denken dat ik eerst meer ervaring met schrijven moest opdoen en eerst meer moest lezen om info te verzamelen en eerst meer tijd moest hebben en dan… En zo schoof ik mijn schrijfdroom maar voor me uit.

Totdat ik me realiseerde dat mijn omstandigheden een jaar later niet opvallend anders zouden zijn. In ieder geval niet veel gunstiger om wel te kunnen schrijven. Een jaar later zou ik weer nieuwe barrières opwerpen.

 

Het lag niet aan de omstandigheden. Het lag aan mij!

 

Dat boek zou er zo nooit komen. ik moest gewoon beginnen: de eerste zin gaan schrijven en dan de volgende. En dan gaan voor een succesvol resultaat, maar tegelijkertijd voor ogen houden dat de wereld niet zou vergaan als dat boek er niet zou komen. Kortom, minder aan het resultaat hechten en meer mezelf een kans gunnen.

Het gevolg was dat ik enorm veel plezier kreeg in het schrijven. Het doel, een boek dat uitgegeven werd, was er nog wel, maar de inspanning, het schrijven zelf, dat leek steeds belangrijker te worden. Ik genoot van het schrijven en zag de vooruitgang die ik boekte. Het maakte me gelukkig.

 

Ik weet dat de Maar-wat-als-ziekte wijdverspreid voorkomt. Misschien heb jij er ook wel last van. Weet dan dat je er wat aan kunt doen.

 

Door je minder te hechten aan het resultaat en je meer te focussen op de inspanning, zal je lef toenemen.

 

Bovendien zul je meer plezier beleven aan het proces, de weg die je bewandelt. Je leert! En het leuke is: zo win je altijd, wat de uitkomst van je inspanningen ook zijn.

 

Ik ben nog niet volledig genezen van mijn Maar-wat-als-ziekte. Van tijd tot tijd steekt deze kwaal nog de kop op. Maar ik laat me er minder door van de wijs brengen. Nou ja, af en toe nog wel, maar vaker durf ik die eerste stap te zetten. De tweede is dan alweer makkelijker en de derde helemaal.

Het plezier en de toegenomen lef is niet alleen voor mij voelbaar, het is ook aan mij te zien. Ik oog lichter en meer in balans.

En wil je weten hoe het met mijn boek is afgelopen? Dat is er gekomen. En om het nog mooier te maken: het is er niet bij één gebleven. ☺

 

Tja… als ik het kan, kan jij het ook!

 

Maar…misschien heb jij daar wel wat hulp bij nodig. Ik wil je helpen je eigen groeimindset te ontdekken.

 

Je kunt me daarvoor inhuren als coach, spreker of trainer. Zet ook die eerste stap en ervaar wat het met je doet.

 

Succes!

 


Leiderschap en lichaamslengte

Posted by marijke van dijk on September 17, 2014 at 4:45 AM Comments comments (0)


“Mama mia, krijg nou wat!”, dacht de Italiaanse oud-premier Berlusconi nijdig. Had hij zijn ogen plastisch bijgewerkt, zijn wijkende haargrens hersteld en nu deze jobstijding: lange mensen worden meer als leider gezien. Hoe ging hij dat nu oplossen? Met zijn 1.65 m was hij niet bepaald lang te noemen… “Carlo, zorg voor een krukje!” En aldus geschiedde.

 

Overigens gebruikte niet alleen Berlusconi een verhoging om langer te lijken tijdens belangrijke speeches. Ook zijn toenmalige Franse collega Sarkozy, eveneens 1.65 m, beklom de kruk.

 

 

Onderzoek naar leiderschap heeft uitgewezen dat leiders en managers gemiddeld langer zijn dan de mensen aan wie ze leiding geven. Zo is de gemiddelde lengte van de laatste vier Amerikaanse presidenten zo’n tien centimeter langer dan de gemiddelde Amerikaan. Presidentskandidaten die langer zijn dan hun tegenstander blijken een grotere kans te hebben om de verkiezing te winnen.

 

Mensen hebben een voorkeur voor lange leiders.

 

Natuurlijk is het niet zo dat lichaamslengte de doorslag geeft bij verkiezingen of sollicitaties naar de functie van manager. Daar komt gelukkig meer bij kijken. Maar toch… lichaamslengte wordt geassocieerd met intelligentie, gezondheid en leiderschapskwaliteiten. Ga het maar eens voor jezelf na.

 

Stel dat je in een onveilige situatie verkeert. Wie heb je dan liever naast je: een lang of een kort iemand?

 

De lichaamslengte van een persoon heeft invloed op onze denkbeelden over hem of haar. Uiteraard gaat dit geheel buiten ons bewustzijnsniveau om. En dringt er wel iets tot ons door dan geven wij daar een eigen draai aan: we bedenken plausibele redenen om te vergoelijken dat wij voor een lange leider vallen.

Waarom toch deze voorkeur? De evolutionaire psychologie gaat ervan uit dat deze voorkeur door evolutie in ons brein is geslepen. Ooit is het handig geweest om lange mensen als leiders uit te roepen. Grote kans dus dat onze verre voorouders regelmatig hebben geroepen: “Volg die lange!”

Zucht…was ik maar tien centimeter groter…

 

Jij bent een expert in non-verbale communicatie!

Posted by marijke van dijk on May 29, 2014 at 4:40 AM Comments comments (1)



Eigenlijk zijn wij allemaal experts in non-verbale communicatie. Dat kan ook niet anders. We zijn immers genetisch zo geprogrammeerd. Uhh…hoezo, genetisch geprogrammeerd?


De afgelopen decennia heeft men binnen de neurowetenschappen, gedragswetenschappen en genetica nieuwe inzichten opgedaan over de menselijke geest. Zo weten we nu dat alles wat wij denken, voelen en doen voortkomt uit ons brein. En dat brein is een product van biologische evolutie.


Nu is het zo dat wij mensen de laatste eeuwen reuzesprongen hebben gemaakt als het gaat om culturele ontwikkelingen. Landbouw, veeteelt, industriële revolutie, digitale tijdperk, al deze ontwikkelingen hebben zich in een razendsnel tempo voltrokken. Zo snel dat ons biologische systeem dat niet helemaal heeft kunnen bijbenen. Een voorbeeld:


Veeteelt heeft zich in enkele honderden jaren over onze aardbol verspreid en het mogelijk gemaakt om melk te drinken. Het menselijk lichaam heeft echter duizenden jaren nodig gehad om melk te kunnen verdragen.


Onze biologische evolutie loopt dus achter op onze culturele evolutie. En dat maakt dat wij soms nog niet helemaal zijn ingesteld op onze veranderde omstandigheden. Om onszelf te kunnen begrijpen, helpt het dan ook om te kijken naar vroegere tijden toen ons brein gevormd werd. Hoe liepen we er vroeger bij? Tja, met dierenvellen. Hoe communiceerden wij? Nog niet met de prachtige volzinnen die wij nu laten horen. Nee, wij hebben het lange tijd moeten doen met lichaamstaal.


Bovendien leefden wij vroeger in een wereld waar gevaar loerde in de vorm van wilde beesten of woeste krijgers. We moesten dus in een oogopslag kunnen zien of een situatie of persoon ons leven in gevaar kon brengen. Zagen wij bijvoorbeeld een hand op ons afkomen, dan moesten wij onmiddellijk in de gaten hebben of die hand iets vriendelijks van plan was of juist niet. Een gesloten vuist kan een steen bevatten, een open hand niet. Een minimale frons kan dreiging betekenen. Handig om deze tijdig te spotten. We waren dus een kei in het lezen van de lichamen van anderen, zowel van mensen als dieren.


Bron: wikimedia commons. Foto: Danny Vendramini


Nog steeds reageren we automatisch en onbewust op de lichaamstaal van anderen.


We wantrouwen bijvoorbeeld nog steeds mensen die hun handen verbergen of samenballen tot een vuist.


Dit gaat over de verschillende culturele grenzen heen. Natuurlijk zijn er ook culturele verschillen te zien in lichaamstaal, maar een groot deel van onze non-verbale communicatie staat los van landsgrenzen.


Een beetje jammer is het wel dat deze ‘gave’ om de lichaamstaal van anderen te lezen zo onbewust verloopt. Beschikken we over een talent, zijn we ons er nauwelijks van bewust! Bovendien heb je er meer aan als je helder inzicht hebt in hoe je je non-verbale kennis voor je kunt laten werken. Maar goed nieuws: je kunt je latente talent ontbloten en het op de momenten dat je het nodig hebt inzetten. Hoe? Door nu te beginnen met je te verdiepen in lichaamstaal. Ik beloof je: er gaat een wereld voor je open! 

 

 

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Posted by marijke van dijk on December 29, 2013 at 7:15 AM Comments comments (0)


Een groepje vrouwen staat met elkaar te praten. Je kijkt ernaar en weet bijna onmiddellijk dat het een aangrijpend verhaal is, want het afgrijzen is van ieders gezicht af te lezen. Plots ontwaar je je eigen gezicht in een winkelruit. Wat zie je? Ook jouw gezicht straalt afgrijzen uit, terwijl je niet eens weet waar het verhaal over gaat!

 

We nemen regelmatig elkaars mimiek over. Dat is een heel natuurlijk verschijnsel.

 

En niet alleen elkaars mimiek. Ook elkaars bewegingen, houding en stemgebruik. Zelfs het knipperen met de ogen, de manier van ademhalen of het bewegen van de neusvleugels. Spiegelen noemen we dat. Naarmate we ons meer met elkaar verbonden voelen, wordt het spiegelen heviger.

 

Kijk maar eens naar een verliefd stel op een terras. Bijna gelijktijdig nemen beide geliefden een slok van hun drankje, gaan ze verzitten of strijken ze over hun arm. Dat gaat heel harmonieus, alsof het is ingestudeerd.


 


Door de bewegingen, stem en mimiek van de ander over te nemen, kun je je beter inleven in die persoon. We voelen beter aan hoe het met de ander gaat, worden empathischer. We versterken zo het contact.

 

Als je merkt dat een ander jou spiegelt, kun je ervan uitgaan dat hij of zij je mag of het met je eens is.

 

Wil iemand jou liever niet kennen of is ie het niet met je eens, dan zal ie jou juist niet spiegelen. Dat verloopt uiteraard geheel onbewust.

 

Spiegelen kun je bewust inzetten. Door zelf (positief) te spiegelen laat je blijken dat je de ander aardig vindt en dat je je op je gemak voelt. Het kan het contact een positief en liefdevol duwtje geven. We begrijpen de ander net iets beter als we zijn of haar ‘ritme’ overnemen en dat helpt weer om op dezelfde golflengte tekomen. En wie wil dat nu niet?

 


Breng je stem tot leven

Posted by marijke van dijk on November 1, 2013 at 10:20 AM Comments comments (0)

 

www.herbertwillems.webs.com

 

Wonderlijk, tijdens mijn college is deze studente zelfverzekerd en volop aanwezig. Iets tè veel naar mijn zin. Haar harde, schelle stem komt overal bovenuit. Een eisende stem: ik wil aandacht! Nu zij echter voor de groep staat om haar presentatie te geven, klinkt haar stem heel anders. Snel vliegt zij door het verhaal heen, alsof zij wil zeggen dat het allemaal niet zo belangrijk is wat zij te vertellen heeft. Ze neemt amper tijd om adem te halen waardoor zij regelmatig het einde van de zinnen niet haalt. Haar volume is onder de maat en ik kan haar nauwelijks verstaan.

Weg is haar roep om aandacht. Ze klinkt alsof zij zo snel mogelijk deze presentatie wil beëindigen om zich te kunnen verstoppen voor al die ogen die op haar gericht zijn. Ze is duidelijk niet op haar gemak.

 

Je stem bepaalt voor een groot deel hoe je op anderen overkomt.

 

Met je stem laat je horen hoe je je voelt, wat je bedoeling is, hoe je in je vel zit en of je meent wat je zegt. Met je stem kun je de ander doen sidderen en schrikken, maar ook overtuigen, overhalen, enthousiasmeren en stimuleren.

En kunnen we onze mimiek nog best goed onder controle houden, met je stem is dat al veel moeilijker.

 

Je stem 'verraadt' al snel dat je je niet zo happy voelt.


 

Bron: Wikimedia commons. Animatie van stembanden door Reinhard


Gelukkig is bovenstaande spreekangst wel degelijk te verminderen. En ook gemiddelde sprekers kunnen hun presentatie aanzienlijk verbeteren door hun stem bewust als instrument in te zetten. Dat kun je namelijk goed oefenen.

 

Luister bijvoorbeeld eens naar sprekers die je bewondert. Zij weten vaak goed hoe zij hun stem kunnen gebruiken om de aandacht vast te houden. Wat doen zij met hun stem? Kun je dat imiteren? Hoe klinkt dat bij jou? Vreemd? Geeft niks. Door te spelen met je stem, zal deze vanzelf verbeteren. Zorg voor meer variatie in je manier van spreken. Denk aan volume, intonatie, tempo, stiltes, et cetera.

 

Breng je stem tot leven!

 

Stille aanmoediging

Posted by marijke van dijk on August 15, 2013 at 5:50 AM Comments comments (0)


 Bron: wikimedia commons. Foto: Artur Andrzej


Ssst! Wees ‘ns even stil… Laat de ander nu eens aan het woord. En probeer te horen wat ie zegt. Hoor je ook de woorden die hij niet zegt? Hou vol…blijf luisteren… Luister je nog wel met aandacht? Niet alleen stil zijn, hè, ook luisteren…

 

Best moeilijk? Ja, dat vinden er meer. Vrijwel iedereen moet z’n best doen om aandachtig te luisteren. Heeft met de hersenen te maken.

 

Je denkt drie keer sneller dan je praat. Je hersenen hebben dus ruim tijd om af te dwalen.

 

Of om vooruit te denken. Maar echt, als jij nu denkt dat je weet wat de ander gaat zeggen…die ander is daar absoluut niet zeker van en wil zijn verhaal kwijt. Luisteren dus.

 

En zal ik het je nog moeilijker maken? Ok, moedig de ander dan ‘ns non-verbaal aan om nog meer te vertellen. Echt, je zult soms versteld staan wat je allemaal te horen krijgt als je de ander de ruimte geeft.

Hoe je dat doet? Maak oogcontact en knik vriendelijk. Zie je wat er gebeurt? Zie je hoe de ander er nu bijzit? Hij straalt helemaal van al jouw aandacht.


 

Bron: Wikimedia commons. Foto: Alex Proimos


Dit is het ware contact maken, vind je ook niet?

 

Wat zeg je? Dit ga je vaker doen? Tjonge, daar word ik even stil van…

 

 


 

 


Raak me (aan)!

Posted by marijke van dijk on April 24, 2013 at 7:15 AM Comments comments (0)



Bron: wikimedia commons


Ze zitten vlak voor me in het restaurant. Vier vrouwen en drie mannen. Ze kennen elkaar, zo lijkt het, niet al te goed, want ze reageren bescheiden lachend en ietwat afstandelijk op elkaar. Dan trekt iemand zijn smartphone voor een foto. Onmiddellijk veranderen de disgenoten van houding. Zo gereserveerd als ze eerst waren, voor de foto leunen ze intiem tegen elkaar, de armen over elkaars schouders. Als het plaatje gemaakt is, keert iedereen terug naar zijn oorspronkelijke positie alsof er niets gebeurd is. Geen enkele keer raakt iemand de ander meer aan. Er wordt slechts beleefd gelachen en geconverseerd.

 

Je kunt niet zonder aanrakingen. Zelfs die onverschillig ogende gabber niet.

 

Baby’s stoppen met groeien als ze niet worden geknuffeld en kinderen groeien op tot gevoelsarme volwassenen bij het uitblijven van een welgemeende aai over de bol. Ook als volwassene ervaar je minder stress als je van tijd tot tijd aangenaam gekoesterd wordt. En wist je dat personen die aanraken doorgaans aardiger worden gevonden dan zij die dat niet doen?

Niet voor niets is de huid het eerste zintuig dat zich ontwikkelt bij een foetus. Bovendien is het ons grootste zintuig.

 

Al in de baarmoeder kun je via je huid voelen en op latere leeftijd, als gehoor en zicht allang is afgenomen, functioneert het tastorgaan nog prima.

 

Hoe belangrijk aanraken ook is, toch raken we elkaar niet zomaar aan. Aangeraakt worden door iemand die je niet aardig vindt, is namelijk uitermate onplezierig. Het wordt al snel in verband gebracht met machtsmisbruik en seksualiteit. Voor aanraken zijn er dan ook allerlei ongeschreven regels over wanneer je wel en niet mag aanraken en op welke plekken. Ze gaan over hoe goed je iemand kent, hoe intiem je met iemand bent, welke machtsverhouding er tussen jullie is, maar -zoals we in het voorbeeld hierboven hebben gezien- ook over de situatie waarin je je bevindt.


 

Bron: Wikimedia commons. Foto: Matthew Hunt


Hoe weet je nu of je iemand aan kunt raken, welke aaibaarheidsfactor hij of zij heeft? Dat kun je aan de lichaamstaal van iemand zien.

 

Houding, beweging, gelaatsuitdrukking…alles ‘zegt’ dat je dichterbij mag komen.

 

De ander buigt bijvoorbeeld iets naar je toe en kijkt je aan. Deze signalen pik jij op en voel je aan. Je kunt daarbij best op je antenne vertrouwen, want deze voorkomt in de meeste gevallen dat je ‘missers’ maakt.

Twijfel je? Dan is de kans groot dat iemand je non-verbaal heeft laten weten geen prijs te stellen op een aanraking. Zolang je dat respecteert en aanraakt op neutrale plaatsen als arm en schouder, kun je je geen buil vallen. En weet je wat nu zo leuk is? Vaak raak je iemand dan niet alleen letterlijk, maar ook en misschien wel vooral figuurlijk!

 

 

Volgende keer ga ik het hebben over aanmoedigen… En nee, dat gaat niet over blèrende ouders aan de rand van een voetbalveld.

 

Haal het beste in jezelf naar boven

Posted by marijke van dijk on February 15, 2013 at 9:40 AM Comments comments (0)



Bron: wikimedia commons. Foto: Tomas Castelazo


Net terug van een bezoek aan een oudere dame van 82. Met haar rollator had ze speciaal voor mijn komst allerlei lekkers in huis gehaald: kleine petitfours en broodjes. Geen enkel moment mocht ik haar helpen, trots als ze was dat ze alles nog helemaal zelfstandig kon verzorgen. Aandoenlijk…

Toch voelde het bezoek aan haar als liefdadigheid van mijn kant. Waarom? Waarom vond ik het niet gewoon gezellig? Omdat ze op leeftijd is? Nee, eigenlijk heeft dat er niets mee te maken. Het is haar persoonlijkheid. Naast heel veel goede eigenschappen heeft zij een minder fijne eigenschap: ze heeft geen enkele aandacht voor een ander. Ze spreekt aan een stuk door, over zichzelf en haar kinderen en kleinkinderen, zonder zich ook maar een moment af te vragen hoe het met haar gesprekspartner gaat.

 

En als je er dan toch tussen probeert te komen, zie je haar afdwalen of ongeduldig worden. Niemand houdt het dan ook lang in haar omgeving uit. Sneu.

 

Zet ik daar mijn vriendin naast, dan begin ik bijkans te glimmen. Haar belangstelling is als een warm bad waar je geen genoeg van kunt krijgen. Zij verstaat de kunst om zich - als jij vertelt - totaal op jou te richten. Ze luistert niet alleen, maar kijkt hoe je het verhaal vertelt, wat het met je doet, stelt vragen en laat je met haar mimiek weten dat ze met je meeleeft. Het is voor mij dan ook geen enkele opgave om met haar op stap te gaan.

 

Mensen die zichzelf even kunnen vergeten en opgaan in een ander zijn doorgaans mensen in wiens nabijheid het heerlijk toeven is.

 

Waar zij in uitblinken is: gericht zijn, oftewel oprechte aandacht hebben voor een ander, de omgeving of een bezigheid. Gerichtheid haalt het beste in iemand naarboven. De G van het non-verbale communicatiemodel LOOPGAAS of LOOPGAAS2 (zie mijn tweede blog) staat dan ook voor gericht.

 

Bron: wikimedia commons. Foto: Patrick


Vaak kun je aan de lichaamstaal van iemand zien in hoeverre iemand gericht is. Hoe meer aandacht, hoe meer deze persoon zich naar de ander toekeert. Alles staat in de richting van de ander: ogen, neus, lijf, voeten… Deze persoon heeft (op dat moment) geen enkele les lichaamstaal nodig, want alles klopt.


Wat zou het mooi zijn als iedereen op z’n minst één keer tijdens een gesprek de tijd neemt om zich eens af te vragen hoe het met zijn of haar gesprekspartner gaat.

 

Vind je dat stiekem best moeilijk? Dan ben je niet de enige. Het helpt om een belangstellende houding aan te nemen, want door dat te doen krijg je daadwerkelijk belangstelling. Dat heeft de natuur prachtig geregeld…

 


Welke plaats neem jij in?

Posted by marijke van dijk on January 6, 2013 at 2:25 PM Comments comments (3)



Bron: Wikimediacommons; Foto: Perin


Op iemand neerkijken; in het middelpunt staan; je plaats kennen, een hoge piet zijn…; in onze taal wemelt het van de uitdrukkingen waarin de positie van iemand ruimtelijk wordt weergegeven. En dat is niet zo gek: de positie of plaats die  iemand heeft –of dat nu letterlijk is of figuurlijk- kan bepalend zijn voor hoe iemand zicht voelt.


Als jij een plaats hebt aan het hoofd van de tafel voel jij je meer verantwoordelijk voor hoe het er aan die tafel aan toegaat. Dat geldt zowel in een bedrijf als in een gezin.


Maar het vertelt ook iets over jou. Als jij voor een groep staat, dan ben jij degene naar wie de aandacht uit hoort te gaan. Daar is iedereen het over eens. Helemaal als alle personen zitten en jij staat. En als jij breeduit gaat zitten of gebaren maakt die veel plaats innemen, dan word jij gezien als iemand die de baas is of op z’n minst wil zijn. Status en plaats zijn nauw met elkaar verbonden.

Bij alles wat je doet is het dus goed om je af te vragen wat je wilt bereiken en hoe je dat op een (positieve) manier een handje kunt helpen.

Wil jij contact maken met iemand? Dat is pas mogelijk als die persoon zich op z’n gemak voelt en zich veilig waant. Geef iemand daarom een zitplaats met de rug tegen de muur en met de deur in zicht.


Al in de oertijd wilde onze prehistorische voorouder een zitplaats bij de wand en de opening in zijn blikveld. Eventuele belagers werden zo vroegtijdig opgemerkt. Nog altijd voelen we ons op deze plek het veiligst.


En ga vooral zitten op gelijke hoogte. Het benadrukt het gevoel van gelijkwaardigheid. Dat praat een stuk makkelijker.



Bron: Wikimediacommons; Foto: Stephen Branley


Is het juist moeilijk contact maken met iemand? Moet je dan wel gaan zitten? Kunnen jullie niet beter iets ondernemen? Nog niet zo heel lang geleden werden in gezinnen de moeilijke gesprekken uitgesteld tot de afwas. Samen met je puber bezig zijn, haalt de spanning weg van “nu moeten we een gesprek voeren. Iek!” Het accent komt te liggen op de bezigheid en stiltes worden minder eng. Een aanrader.


Tja,daarom staat de P van het non-verbale communicatiemodel LOOPGAAS of LOOPGAAS2 (zie mijn tweede blog) voor positieve positie: bedenk bij het kiezen van een positie in een ruimte hoe dat voor jou voelt en hoe dit op de ander kan overkomen.


Heb je aanvullingen op wat er in deze blog staat? Ervaringen met bovenstaande? Vragen? Of een leuk verhaal over jouw plaats in de ruimte? Laat het weten en post een comment.


Volgende keer ga ik het hebben over gericht zijn: opgaan in een ander, de omgeving of een bezigheid.

 


Rss_feed